Een avond over Zwaag
Amsterdam, donderdag 27 november 2025
Spui25, Oude Lutherse Kerk
Presentatie van ZWAAG. De zeven levens van Joost Zwagerman.
De biografie door Maria Vlaar (1964).
Miezerig weer, maar het is niet zo koud. De inloop is vanaf half acht
en dat haal ik precies na het nemen van de trein van 18:33.
Bij binnenkomst zie ik Onno Blom al met een microfoontje aan zijn hoofd
staan. Weer Onno Blom, die is ook overal. Rechts staan tafels met
exemplaren van Zwaag met medewerkers van Boekhandel Athenaeum.
Ik zoek een plekje in het midden op de vierde rij van voren. Tussen
mij en de eerstvolgende persoon is nog een vrije plek. Ik zie bekende
gezichten. Zoals Oek de Jong, met zijn markante hoofd, zijn vrouw
Jeanne. Dirk van Weelden, een klein mannetje. Geerten Meijsing komt
aanlopen met een jongere man (broer?) en gaat midden op de rij voor
mij zitten. Christiaan Weijts meer naar voren.
De man naast mij had een stoel tussen ons vrijgehouden, maar volgens
hem komt Ronald niet meer. Hij komt daarom naast mij zitten en geeft
een hand. Stelt zich voor als Jean-Marc. Ik had hem wel herkend.
Waarvan? Hij zegt zelf snel: Historische boeken over Johan de Witt
(Dordrecht 1625 – Den Haag 1672).
Maar ik begin te grijnzen en zeg: Wie is de mol? Maar waar hij
natuurlijk het meest van bekend is, dat is zijn werk als tekenaar
van Fokke & Sukke!
We voeren een geanimeerd gesprek en wisselen in korte tijd veel
informatie uit.
Jean-Marc heeft destijds vrijwillig Wie is de mol? (2018) verlaten
omdat hij niet hield van het bedrieglijke gedrag. Het jubileumseizoen
wordt op dit moment uitgezonden, maar hij kijkt niet meer. Vanuit
zijn jaar doet Loes Haverkort nu mee. Vroeger keek hij met zijn
gezin.
Hij wil de mensen op de voorste rij begroeten, maar omdat Jessica
Durlacher (1964) daar zit gaat hij niet. Want het zou wat vreemd zijn
wanneer hij met de anderen spreekt en haar zou negeren. Ik begrijp
dat direct, want ik ben zelf ook geen liefhebber van Jessica. Verder
zitten daar Maaike Pereboom (1978), de vriendin van Joost Zwagerman
die zwanger was toen hij overleed. En Joost Nijsen (1958),haar veel
oudere partner.
Maaike: ‘Max was 8 maanden oud toen Joost in zijn leven kwam, dus
voor hem is hij gewoon z’n vader’.
Jean-Marc bewonderde Geerten Meijsing vroeger, maar na zijn studie
Nederlands vormde hij zelf een jongere generatie en nam daarmee
afstand. Ik vertel dat ik een groot liefhebber ben van het werk van
Geerten.
Er is een tentoonstelling over De Witt in het Dordrechts Museum.
Jean-Marc was daar vorige week dinsdag nog.
Ik vertel hem over recente bezoeken aan Dordrecht en diners in het
Indonesisch restaurant Mulia. Het leuke is dat hij vorige week met
vrienden bij dat restaurant heeft gegeten, met ‘die oude trillende
man’. Er leek volgens hem niks anders open te zijn.
De tentoonstelling De wereld van Johan de Witt over het leven van de
beroemde politicus en kunstenaar Johan de Witt is nog tot en met
7 december.
De Ronald die niet komt, blijkt Ronald Giphart te zijn. Die houdt
volgens Jean-Marc niet van feestelijke bijeenkomsten. Giphart was
onlangs in het nieuws, hij gaat op de radio De Taalstaat van Frits
Spits overnemen. Hij vertelt verder over zijn broer die ook in de
automatisering werkt en zijn zoon die lang over zijn master heeft
gedaan en nu moet concurreren met pas afgestudeerde meiden.
Allereerst een gedicht voorgedragen door Thom Hoffman. Hij heeft een
grijs baardje. Begeleid door iets te luide muziek. Later blijkt dat
hij zelf de muziek heeft uitgezocht.
Onno Blom neemt het woord en interviewt na een introductie Maria Vlaar.
Veel beter dan onlangs in Rotterdam bij de biografie van Michael Zeeman,
waar vooral anekdotes werden opgehaald. Joost Zwagerman (1963 – 2015,
bijna 52 jaar, zo oud als ik nu ben) geeft aanleiding voor een veel
serieuzer gesprek. Vlaar heeft geen chronologische biografie geschreven
maar is aan de slag gegaan op basis van onderwerpen. Ze is daarbij
geïnspireerd door de biografie van Virginia Woolf door Hermione Lee.
Joost is nooit de grote romanschrijver geworden die hij had willen
zijn. Er zit veel tragiek in zijn levensverhaal, maar hij kon schater-
lachen en had een tomeloze energie.
Na het opvallend goede interview een prachtige muziekvideo van Wende
Snijders:
https://www.youtube.com/watch?v=pAsUQGnRCtM
De tekst voor het lied is geschreven door Joost Zwagerman, het basis-
materiaal verscheen onder de titel Voor alles bang geweest in zijn
bundel Voor alles uit 2014. Zwagerman maakte destijds Snijders attent
op dit gedicht, dat volgens hem wel geschikt zou zijn voor een lied.
Snijders nam het voorstel aan, maar deed er in eerste instantie niets
mee. Toen Zwagerman in 2015 een einde aan zijn leven maakte, herinnerde
Snijders zich dat zij nog de ruwe tekst had. Ze ging aan het werk,
waarbij het haar opviel, dat Zwagerman de tekst zo had geschreven dat
er redelijk eenvoudig een lied van gemaakt kon worden. Ze gaf later
toe dat ze vaker teksten van dichters ontving, maar dat door het
metrum muziek erbij schrijven niet altijd meeviel. Snijders moest ook
hier nog wat snijden in de tekst. Ze kwam met een minimalistische
begeleiding, die zowel op toetsinstrumenten (esoterische klanken) als
op gitaar speelbaar is. De tekst geeft Zwagermans angst voor alles
weer (behalve voor "jou"), een toestand die vaker optreedt bij
depressies, een ziekte waaraan Zwagerman leed.
(Bron: Wikipedia)
Maria Vlaar gaat vervolgens Joost zijn vriend Pieter Boskma (1956)
interviewen. Boskma haalt aan dat Joost zijn adviezen niet overnam.
Thom Hofmann komt weer tussendoor met een gedicht van Zwagerman, nu
beter te verstaan door iets zachtere muziek.
Jessica Durlacher schuift aan, Pieter blijft zitten. Ik luister maar
half naar Durlacher, want al in haar toon hoor ik veel te veel ego.
Ondertussen kan ik op mijn telefoon enkele aantekeningen maken.
De volgende spreker is Pieter Bijwaard (1955) over kunst, een beetje
een droog verhaal.
Nog twee gedichten voorgedragen door Thom. Dan worden vijf eerste
exemplaren aan vijf vrienden van Joost uitgereikt: Jessica Durlacher,
Koos Dalstra (1950), Harald Vlugt (1957), Pieter Bijwaard en Pieter
Boskma.
Daarna het Dankwoord van Maria Vlaar, ze noemt onder anderen: Aleid
Truijens (1955), Tom Rooduijn, Jean-Marc van Tol (1967) en medewerker
van het Literatuurmuseum waar Zwagerman zijn archief in 42 dozen is
opgeslagen. En Lisa Vendrik die deze avond heeft georganiseerd.
Onno Blom vat de avond samen met enkele uitspraken en kernwoorden die
tijdens de avond naar voren zijn gebracht.
Oek de Jong is halverwege de avond even van zijn plaats gegaan. Arie
Storm is de eerst die na afloop opstaat en richting de hal loopt, maar
hij komt terug om een exemplaar te laten signeren. Ik twijfel: is het
wel Arie Storm? Wat ziet die er onverzorgd uit. Matthijs van Nieuwkerk
heb ik niet gezien, of hij zat achterin en heb ik gemist doordat ik
druk in gesprek was met Jean-Marc.
Achterin een klassieke zaal met een bar is een borrel. Ik neem een
glas fris en bewonder het gebouw. Maar heb geen zin om nog lang te
blijven, want ik ben nog een uur onderweg om weer thuis te komen.
Bij de uitgang krijgen bezoekers het gedicht “Zeven Joosten” mee.
Gelukkig hoef ik niet lang op een trein te wachten.
Johan (3 december 2025)